Israël zondag niet uit de weg gaan, maar blijven vieren


De belangrijke Joodse feesten liggen inmiddels achter ons. Rosj Hasjana, het Joodse Nieuwjaar, viel dit jaar op 12 en 13 september. Het wordt voorafgegaan door de maand Eloel, een periode van bezinning, inkeer en het vragen om vergeving. De eerste tien dagen van de maand Tisjrie gelden als de Hoogheilige Dagen. Ze beginnen met Rosj Hasjana en eindigen met Jom Kippoer, Grote Verzoendag (21 september). Daarna volgt Soekot, het Loofhuttenfeest. (26 september t/m 2 oktober). De periode van de najaarsfeesten werd afgesloten met Simchat Tora, Vreugde der Wet, (4 oktober) waarin opnieuw wordt begonnen met de lezing van de Tora. Zie voor de feesten o.a. Leviticus 23, 33 t/m 44.
Juist in deze periode viert de Protestantse Kerk sinds 1949 Israëlzondag. Anno 2026 kunnen we niet doen alsof er niets is gebeurd. De beelden uit Gaza, de verwoesting, het verdriet en de onzekerheid laten zich niet buiten de kerkdeur houden. Ook wat er gebeurt op de Westelijke Jordaanoever raakt ons. Palestijnse families leven daar onder grote druk door geweld, beperkingen, woningvernietiging en voortdurende onzekerheid. Wie Israëlzondag viert, mag dat niet onbenoemd laten.
Juist daarom moeten we deze zondag misschien niet loslaten. Misschien hebben we Israëlzondag juist nu harder nodig dan ooit.
Dat begint met zorgvuldig spreken. Want wat bedoelen we eigenlijk wanneer we het woord ‘Israël’ gebruiken? Soms bedoelen we het Israël uit de Bijbel. Soms het Joodse volk. Soms het jodendom. En soms de moderne staat Israël. Dat zijn niet zomaar dezelfde dingen.
Israëlzondag gaat in de eerste plaats over de verhouding van de kerk tot het Joodse volk en het jodendom. Over onze verbondenheid. Over de Joodse wortels van ons geloof. Over het gesprek met de synagoge en over de Schriften die wij voor een groot deel samen lezen.
Dat is iets anders dan steun geven aan iedere beslissing van een Israëlische regering.
Wie kritiek heeft op de Nederlandse regering, wijst daarmee niet alle Nederlanders af. Zo is kritiek op Israëlisch regeringsbeleid ook niet hetzelfde als afwijzing van Joden. Dat onderscheid is belangrijk, juist in een tijd waarin het debat zo snel verhardt. Joden mogen niet verantwoordelijk worden gehouden voor wat een regering doet.
Israëlzondag raakt ook aan onze eigen geschiedenis als kerk. Deze zondag ontstond in 1949, kort na de Shoah. De kerk moest toen onder ogen zien dat eeuwen van christelijke Jodenverachting diepe schade hadden aangericht.
Te lang had de kerk gedacht dat zij Israël had vervangen. Te lang werd Joodse uitleg van de Bijbel genegeerd of verdacht gemaakt. Te lang werden Joden buitengesloten, vernederd, vervolgd of gedwongen zich te bekeren. Dat verleden kunnen we niet ongedaan maken. Maar we kunnen er wel van leren.
En juist daarom is de ontmoeting met het jodendom geen politieke mode. Zij raakt aan de kern van ons geloof. Jezus was een Jood. Maria was Joods. De apostelen waren Joden. De Psalmen die wij zingen zijn Israëls gebeden. De profeten die wij lezen horen bij de Schrift van Israël. Wanneer wij spreken over de God van Abraham, Isaak en Jakob, erkennen wij dat ons geloof niet bij onszelf begonnen is.
Wij zijn niet de eersten die deze woorden lezen. Wij zijn aangesloten bij een verhaal dat al lang gaande was. Maar verbondenheid betekent niet dat je nooit kritiek mag hebben.
Juist de Bijbel zelf laat iets anders zien. De profeten waren vaak de felste critici van hun eigen leiders. Amos verzette zich tegen uitbuiting. Jesaja tegen vrome woorden zonder gerechtigheid. Micha tegen machtsmisbruik. Jeremia waarschuwde dat zelfs de tempel geen vrijbrief was om onrecht te doen.
Wie zich met Israël verbonden weet, hoeft dus niet te zwijgen over onrecht. Integendeel. Juist verbondenheid kan betekenen dat je elkaar aan gerechtigheid herinnert.
Daarom moet op Israëlzondag ook de Palestijnse stem klinken.
De kerk heeft lang niet alleen te weinig geluisterd naar Joden, maar ook te weinig naar Palestijnen, onder wie Palestijnse christenen. Dat vraagt om eerlijkheid. Een Israëlzondag waarop het leed van Palestijnen slechts terloops wordt genoemd, voelt daarom niet geloofwaardig. In onze gebeden moet ruimte zijn voor Joden én Palestijnen.
De angst van Israëlische families na 7 oktober 2023 mag niet worden weggepoetst. Maar ook het verdriet van Palestijnse ouders, kinderen, vluchtelingen, gevangenen en mensen die hun huis of familie verloren, mag niet verdwijnen uit beeld. Het ene leed hoeft het andere niet kleiner te maken. Misschien is dat wel een van de moeilijkste lessen van deze tijd: dat medeleven niet opraakt wanneer je het deelt.
We hoeven niet minder om Joden te geven om Palestijnen lief te hebben. En we hoeven Palestijns lijden niet te relativeren om antisemitisme krachtig af te wijzen. Daarom zou Israëlzondag geen zondag van slogans moeten worden.
Niet simpelweg vóór Israël. Niet simpelweg tegen Israël. Maar een zondag waarop we proberen te onderscheiden. Tussen een volk en een regering. Tussen het Israël van de Bijbel en een moderne staat. Tussen kritiek en antisemitisme. Tussen Palestijnse burgers en gewapende organisaties. Tussen solidariteit en kritiekloosheid. Dat is niet gemakkelijk. Maar misschien is juist dát een taak van de kerk.
Niet dezelfde loopgraven betrekken als het publieke debat, maar zoeken naar een andere taal. De taal van gerechtigheid. Van vrede. Van verzoening. Van hoop.
Uiteindelijk begint Israëlzondag misschien wel heel eenvoudig: met samen de Bijbel openen.
We lezen de verhalen van de aartsvaders. We zingen de psalmen en luisteren naar de profeten. We weten ons geroepen door Jezus, een Jood uit Galilea. En we worden herinnerd aan een verhaal dat groter is dan onze eigen tijd en onze eigen conflicten.
Het Bijbelse visioen van Gods Koninkrijk is geen wereld waarin het ene volk moet verdwijnen zodat het andere veilig kan leven. Het is een wereld van recht en vrede. Van wapens die worden neergelegd. Van mensen die veilig kunnen wonen.
Daarom kan Israëlzondag vandaag tegelijk een zondag zijn van verbondenheid, schuldbelijdenis, protest en hoop. Verbondenheid met het Joodse volk. Schuldbelijdenis over christelijk antisemitisme. Protest wanneer mensenrechten en menselijke waardigheid worden geschonden. Aandacht voor het recht en het lijden van Palestijnen. En hoop dat mensen niet tot eeuwige vijandschap veroordeeld zijn.
Juist nu het woord Israël zo beladen is, moeten we het niet uit de kerk verbannen. We moeten er zorgvuldiger mee omgaan. Misschien is Israëlzondag wel een oefening in iets wat we in deze tijd hard nodig hebben: Joden liefhebben zonder onrecht tegen Palestijnen goed te praten, en opkomen voor Palestijnen zonder Joden tot tegenstanders te maken.
Dat is geen reden om Israëlzondag af te schaffen. Het is eerder een reden om haar te blijven vieren.

Derk F. Blom

N.b. Joden en christenen gebruiken een verschillende kalender. De Joden gebruiken een maankalender, maar met correcties zodat de maanden bij de seizoenen blijven. Maanden beginnen bij de nieuwe maan. De christelijke/westerse wereld gebruikt voornamelijk een zonnekalender, de Gregoriaanse kalender gebaseerd op de omloop van de aarde rond de zon: ongeveer 365 ¼ dagen.

 
terug
×